Het was een goede dag. De markt werd georganiseerd door Jelle Zoomer van provincie Overijssel en Eddy Bruin van The Serious Gamers, en wij stonden er met een scherm en een stapel demo's, tussen spelontwerpers die we al jaren kennen en een paar die we nog niet kenden. Jan-Willem kwam thuis met de woorden "moe, en vol energie"; hij schreef er op LinkedIn over, en Daan ook.
Maar het leukste deel was niet ons verhaal. Dat waren de vragen die we stelden zodra iemand bij het scherm bleef hangen: waar loop je tegenaan, waar lig je wakker van, en welke kennis zou je willen dat meer collega's hadden? Daar kwamen dezelfde thema's uit terug. Vakmensen opleiden voor werk dat nu overal tegelijk nodig is. Wet- en regelgeving die pas gaat leven op het moment dat je hem moet toepassen. En de vraag hoe je mensen laat oefenen zonder een hele trainingsdag vrij te maken.
Eén ding bleef daarna hangen: we zijn het spelen een beetje verleerd. In gesprek na gesprek kon iemand prima uitleggen waarom oefenen werkt, en bleek het er in de praktijk zelden van te komen. Spelen is iets geworden voor de kinderen thuis, of voor de ijsbreker aan het begin van een teamdag. Zodra het over het werk zelf gaat, pakken we de presentatie erbij.
Dat is jammer, want spel doet iets wat een presentatie niet kan. Je kiest zelf, je ziet wat je keuze teweegbrengt, en je kunt het opnieuw doen zonder dat het echt misgaat. Dat is geen spelletje erbij; dat is de kortste weg naar inzicht dat blijft hangen. Hieronder staat hoe dat er bij ons uitziet.